Service du Sang
Bloed
Op deze pagina vind je alles over bloed en het gebruik ervan.
Bloed
Bloed is een vloeibaar orgaan van het menselijk lichaam ; met als functie het transporteren van diverse substanties doorheen het hele lichaam, en dit via het bloedvatenstelsel.
Er vloeit gemiddeld 5 liter bloed door het menselijk lichaam. Bloed bestaat uit volgende componenten:
Bloedcellen
45% van het bloed bestaat uit bloedcellen en zijn onderverdeeld in:
| Rode bloedcellen | ![]() |
Deze bloedcellen bevatten hemoglobine, verantwoordelijk voor de rode kleur van het bloed. Deze zijn vervormbaar om zich in de nauwe bloedvaten (haarvaten) te wringen. Er bevinden zich ongeveer 5 miljoen rode bloedcellen per mm³ bloed en ze verzorgen het zuurstoftransport in het organisme. |
|---|---|---|
| Witte bloedcellen | ![]() |
Wanneer we de witte bloedcellen scheiden van de andere bekomen we een witachtige pasta, vandaar hun naam. Per mm³ bloed tellen we tussen 4.000 en 10.000 witte bloedcellen. Granulocyten, lymfocyten of monocyten verzekeren door hun specifieke eigenschappen de werking van het organisme tegen pathogene agenten.. |
| Bloedplaatjes | ![]() |
Deze hebben de vorm van plaatjes. Per mm³ vindt men er tussen de 150.000 en 350.000 terug. Ze stelpen vasculaire wonden en fissuren in de wanden door het vormen van een bloedklonter (thrombus). |
Le plasma
Zonder plasma kunnen bloedcellen niet door het lichaam getransporteerd worden.Plasma is het geelachtig vloeibaar gedeelte van het bloed en bestaat voor 90 % uit water, de overige 10% zijn opgeloste stoffen: eiwitten, vetten, vitaminen, suikers, zouten en hormonen.

Voornaamste bestanddelen van plasma zijn :
| Albumine: | verzorgt het transport van stoffen in het bloed en zorgt voor de vochthuishouding. |
|---|---|
| Immunoglubinen: | of antilichamen worden geproduceerd door lymfocyten en spelen een belangrijke rol in de afweer tegen ziekten. |
| Stollingsfactoren: | het plasma bevat meerdere bloedstollingsfactoren die samen met de bloedplaatjes verantwoordelijk zijn voor het stollen. |
| Lipiden: | verzekeren het transport van vetzuren en cholesterol naar de dunne darm waar ze geabsorbeerd worden. |
Download het dossier :Plasma Viro Inactivé au Bleu de Méthylène
Bloedgroepen
De bloedgroepen van de donoren moeten verenigbaar zijn met deze van de ontvanger, vooral bij de transfusie van Rode Bloedcellen.
ABO syteem
In 1900 ontdekte Dokter Karl Landsteiner de bloedgroep ABO. Hij stelde vast dat sommige rode bloedcellen klonterden wanneer ze in contact kwamen met het serum van andere personen. Op deze basis onderscheidde hij drie bloedtypen. Gedurende de 6 eerste levensmaanden, produceert het organisme antistoffen tegen het antigeen van andere bloedgroepen. Bij het bepalen van de bloedgroep, verbinden de antistoffen zich met de rode bloedcellen van andere bloedgroepen en klonteren. De bloedgroep geeft aan welke antigenen zich op de rode bloedcellen bevinden.
Er bestaan 4 bloedgroepen: A, B, AB en O
| Bloedgroep | Populatie | Antigeen van de bloedgroep op de rode bloedcellen | Antilichamen in het serum |
|---|---|---|---|
| A | 45% | Antigeen A | Antilichaam anti-B |
B |
8% | Antigeen B | Antilichaam anti-A |
| AB | 3% | Antigeen A en B | Geen antilichamen anti-A en anti-B |
| O | 44% | Geen antigeen | Antilichaam anti-A en anti-B |
Antigeen Rh(D)
Ongeveer 85% van de Europese bevolking bezit dit antigeen D en worden resuspositief genoemd. De overige 15% worden resusnegatief genoemd. Bij een bloedtransfusie moet men, in de mate van het mogelijke, vermijden dat het bloed van een donor met resuspositief aan een persoon met resusnegatief wordt gegeven. Wanneer een resusnegatief persoon resuspositieve bloedcellen toegediend krijgt gaat het organisme antistoffen tegen de resuspositieve bloedlichaampjes aanmaken. Dit kan een gevaarlijke reactie veroorzaken.
HLA-systeem
We weten vandaag dat bloedcellen niet de enige zijn die antigenen, eigen aan het individu bevatten. Er bevinden zich ook antigenen op de verschillende weefsels van het lichaam. Hierdoor probeert ons lichaam getransplanteerde vreemde organen af te stoten.
Dit afstotingsverschijnsel is te wijten aan het bestaan van het HLA-systeem (Human Leukocyte Antigen). Het complexe HLA-systeem neemt onder andere deel aan het immunitair defensie mechanisme. Mensen hebben een genetisch verschillend HLA, waardoor ze individuele kenmerken bezitten, een soort "genetische vingerafdruk".
Het HLA systeem is van belang voor iedereen die regelmatig bloedtransfusies of een behandeling met witte bloedcellen (leukocyten) nodig heeft. Het lichaam zal zich tegen de vreemde HLA antigenen verdedigen door antilichamen aan te maken. Na een tijd zal het lichaam geen witte bloedcellen meer verdragen en geen bloedplaatjes meer aanmaken.
Dit is de reden waarom bloedderivaten bij herhaaldelijke transfusies een deleukocytering (verwijdering van witte bloedcellen) moeten ondergaan. Het bepalen van het HLA systeem is van groot belang bij beenmergdonaties.
Gerealiseerde analyses
Bij elke bloedgift, plasmagift of bloedplaatjesgift realiseren wij volgende analyses :
- De Bloedgroep
- De dosering hemoglobine voor de opsporing naar bloedarmoede
- Het tellen van witte bloedcellen voor het opsporen van een infectie.
- De opsporingstest naar overdraagbare ziekten via het bloed.
- en eventueel
- Malaria
- het Cytomegalievirus
- Ten slotte
De bloedgroep
Deze wordt na elke bloedgift vastgesteld. Na twee bloedafnames ontvangt de donor een officiële donorkaart.
De dosering hemoglobine
Hemoglobine zorgt voor het zuurstoftransport naar het weefsel. Het tekort aan hemoglobine is meestal te wijten aan het gebrek aan ijzer.
Waanneer er een tekort is aan hemoglobine kan men het Bloedtransfusiecentrum contacteren om het resultaat te controleren, of men contacteert de behandelende arts.
De telling van witte bloedcellen
De toename of afname van het aantal witte bloedcellen kan een wijzen op een aandoening.
wat men moet doen wanneer men een abnormaal aantal witte bloedcellen heeft:contacteer het Bloedtransfusiecentrum om het resultaat te controleren, of contacteer uw behandelende arts.
Hepatitis
Wat is een virale hepatitis?
Een virale hepatitis is een leverziekte, te wijten aan een virale infectie (virus A, B, C, .). De geïnfecteerde persoon merkt niets van de besmetting (gezonde drager van het virus) en meldt zich aan om bloed te geven.
Het virus kan overdragen worden door:
- Voeding
- Contact met besmet bloed
- Seksuele contacten (wanneer de partner drager is van het virus)
- Omgang met dragers van het virus (ouders, broers, zussen,.)
De Bloedtransfusiecentra voeren verschillende onderzoeken uit om alle bloedgiften verdacht op besmetting met het hepatitis B of C-virus te elimineren.
- Het direct onderzoek van het Hepatitis B virus: antigeen HBs
- Het onderzoek naar antilichamen tegen het hepatitis B virus: antilichamen antiHBc
- Het onderzoek naar antilichamen tegen het hepatitis C virus: antilichamen anti HCV
Wat betekent uw resultaat?
- WANNEER U DRAGER BENT VAN HET ANTIGEEN HBs:
Het antigeen HBs drukt de aanwezigheid van het hepatitis B virus in uw bloed uit.
Raadpleeg in dit geval uw behandelende arts
Het virus is besmettelijk. Men moet dus uit voorzorg:- De directe omgeving testen en in functie van het resultaat vaccineren.
- De individuele hygiënische maatregelen veranderen:
- Gebruik een voorbehoedsmiddel;
- Gebruik geen persoonlijke voorwerpen (zoals een scheermes, tandenborstel);
- Reinig en desinfecteer besmette voorwerpen met javel.
- De drager van het antigeen HBs mag geen bloed meer geven.
- WANNEER U DRAGER BENT VAN HET ANTILICHAAM ANTI-HBc:
Dit antilichaam is een herinnering aan het contact met het hepatitis B virus.
Dit contact kan lang geleden zijn en u bent in goede gezondheid. Toch kan het antilichaam antiHBc geassocieerd worden met het antigeen HBs.
Dit antilichaam is voor de huidige testen in een niet detecteerbare hoeveelheid aanwezig. In dit geval moeten we u vragen geen bloed meer te geven. - WANNEER U DRAGER BENT VAN HET ANTILICHAAM ANTI-HCV:
U kwam in contact met het virus hepatitis C en u vertoont geen enkel teken van ziekte. Door de huidige kennis is het geven van bloed echter uitgesloten.
Raadpleeg uw behandelende arts.
Syfilis
De aanwezigheid van het antilichaam anti-syfilis drukt uit dat u in contact kwam met het agent van deze ziekte.
Geef in dit geval geen bloed meer en raadpleeg uw behandelende arts.
Aids
De aanwezigheid van het antilichaam anti-HIV 1-2 drukt uit dat u in contact kwam met het AIDS virus. Dit resultaat wordt nooit per brief aangekondigd. De bloedgever wordt uitgenodigd in het Bloedtransfusiecentrum en het nieuws wordt door een arts bekent gemaakt.
Ten slotte
De artsen van het Bloedtransfusiecentrum blijven te uwer beschikking voor meer informatie.
Zij blijven natuurlijk ook ter beschikking van uw behandelende arts voor bijkomende informatie of uitleg.
Bloedproducten
- Rode bloedcellenconcentraat
- Ingevroren plasma
- Bloedplaatjes
- Bloedplaatjesconcentraat
- Albumineoplossing
- Immunoglobulinen
- Stollingsfactoren
- Eenheid bloedplaatjesconcentraat
Rode bloedcellenconcentraat
Standaard
- Kan 35 dagen in de koelkast bewaard worden, aan een temperatuur tussen 2 en 6° C.
- Aangewezen bij elke aanzienlijke anemie, wanneer de herstelling van de transportcapaciteit van zuurstof klinisch en biologisch noodzakelijk blijkt.
- Het is een vervangende en non-etiologische behandeling.
- Dit product wordt voortaan vervangen door gedeleukocyteerd bloedcellenconcentraat.
Gedeleukocyteerd
- Wordt op dezelfde wijze bewaard zoals een standaard concentraat.
- Heeft als doel de reacties op vlak van transfusie, gekoppeld aan de antilichamen anti-leukocyten of anti-bloedplaatjes die aanwezig zijn bij de ontvanger, te limiteren. Dit is een frequent fenomeen bij personen die een polytransfusie ondergingen.
- Aangewezen bij patiënten die behoefte hebben aan transfusies op lange termijn.
- Dit product gaat langzaam maar zeker het standaardconcentraat vervangen.
CMV negatief
- Dit type concentraat wordt afgenomen bij een donor die geen antilichamen anti-CMV bezit.
- Kan 35 dagen in de koelkast bewaard worden aan een temperatuur tussen 2 en 6°C.
- Aangewezen bij immunodepressieve of onrijpe immunologische personen (prematuren, zuigelingen) met viscerale risico's (interstitielles pneumopathies, hepatitis), vooral in een staat van immuniteitstekort.
Fénotype
- Kan 35 dagen in de koelkast bewaard worden aan een temperatuur tussen 2 en 6°C.
- Aangewezen bij patiënten die de antilichamen anti-rode bloedcellen bezitten, of om een immunisatie te vermijden.
- Rode bloedcellenconcentraat waar andere erythocytaire antigenen zoals ABO en RH bepaald werden.
Irradiatie
- Aangewezen in situaties waar de verdediging van het organisme zwaar aangetast werd, om de ziekte van greffon te voorkomen.
Ingevroren
- Een concentraat van rode bloedcellen cryopreserve.
- Men moet het gebruik voorbehouden voor uitzondelijke gevallen:
- Transfusie van rode bloedcellen aan patiënten die een bijzondere bloedgroepen en/of meerdere allo-antilichamen bezitten
- Het gebruik van dit preparaat kan in bijzondere gevallen overwogen worden voor autotransfusie.
Autotransfusie
- Kan 35 dagen in de koelkast bewaard worden aan een temperatuur tussen 2 en 6 °C
- Kan alleen gebruikt worden voor de patiënt die bloed gegeven heeft met het zicht op een geplande chirurgische ingreep.
- De retransfusie van eenheden van predonatie moet volgens dezelfde klinische en/of biologische criteria gebeuren als bij allogenische transfusies.
Andere
- De zakken voor pediatrisch gebruik worden gemaakt volgens behoefte.
- Sommige producten kunnen eventueel geproduceerd worden in uitzonderlijke situaties na advies van de klinische arts, in overleg met de arts van het transfusiecentrum die verantwoordelijk is voor de verdeling van het product.
Ingevroren plasma : intermediair product
- Door centrifuge van vol bloed of door technieken van aferese bekomt men ingevroren plasma.
- Door centrifuge van vol bloed of door technieken van aferese bekomt men ingevroren plasma.
- Het wordt vervolgens gefractioneerd, waardoor men een serie van preparaten bekomt dat men "stabiele" derivaten noemt (vers ingevroren virus-geïnactiveerd plasma, albumine oplossingen, stollingsfactoren en immunoglobine), hieronder omschreven.
- De virus-inactivatie en de preparatie van de derivaten is vandaag de dag, door de noodzaak aan zeer duur en technisch materiaal, voorbehouden aan enkele gespecialiseerde ondernemingen.
Vers ingevroren virus-geïnactiveerd plasma
- Kan 1 jaar bewaard worden aan een temperatuur van maximum -25°C.
- Ondergaat een proces van virus-inactivatie door een behandeling met methyleenblauw of door een behandeling met solvent-detergent-verwarming..
- Aangewezen in geval van een stollingsstoornis, met waarschijnlijk bereik van hemostasefactoren bewezen door een anomalie van stollingstesten; of in geval van geïsoleerd bereik van een stollingsfactor voor dewelke geen specifiek preparaat bestaat.
Albumine oplossing
- In dit geval wordt de virale inactivatie bereikt door pasteurisatie.
Albumine aan 20%
- Gaat over een hyperoncotisch preparaat.
- Albumine aan 20% behoudt, dankzij zijn osmotische kracht, de circulatie in het bloed bij aanzienlijke hemorragies ten gevolge van een chirurgische ingreep of brandwonden.
- Kan 3 maand op kamertemperatuur bewaard worden.
SOPP
- Dit is een Stabiele gepasteuriseerde Oplossing van humane Plasma Proteïnen.
- Wordt gebruikt in geval van aanzienlijk proteïneverlies.
Stollingsfactoren
- Vroeger leefden hemofielen gemiddeld 20 jaar. Nu hebben ze dankzij de substitutie van de ontbrekende stollingsfactor een normale levensduur.
- Bij het hemofiel A gaat het om de factor VIII.
- Bij het hemofiel B gaat het om de factor IX.
Momenteel bestaan de recombineerbare factoren VIII en IX, bekomen door genetische modificatie. - Als men dit gebrek niet voorziet zou elke bloeding fatale gevolgen kunnen hebben.
- Het tekort aan enkele andere stollingsfactoren kan gecompenseerd worden door andere preparaten: het gaat om de factor VII von Willebrand, fibinogeen en het PPSB complex.
- Men bekomt de virus-inactivatie door een behandeling met "solvent-detergent".
- De bewaartijd bedraagt 2 jaar.
Immunoglobinen
- Immunoglobinen zorgen voor de behandeling en preventie van vele besmettelijke ziekten:
- Van virale oorsprong, bijvoorbeeld rodehond, mazelen en geelzucht.
- In geval van bacteriële infecties, om tetanus te voorkomen, hemolytische ziekte bij nieuwgeborenen, en bij een immunodeficientiebehandeling.
- We noemen ze Gammaglobulinen.
- LDe virus-inactivatie wordt bekomen door fractionering met ethanol en voor intraveneus preparaten door een pepsinebehandeling.
- De bewaartijd is 3 jaar.
Bloedplaatjes
Standaardconcentraat van gedeleukocyteerde plaatjes
- Het gaat over een bloedplaatjesconcentraat geproduceerd uit vol bloed = 1 eenheid.
- Dit product kan 5 dagen in constante beweging bewaard worden op kamertemperatuur.
- Dit concentraat is altijd gedeleukocyteerd.
- De indicaties zijn dezelfde dan deze hieronder vermeld voor de gedeleukocyteerde één-donor-bloedplaatjes.
Gedeleukocyteerde één-donor-bloedplaatjes
- Het gaat om een bloedplaatjesconcentraat vertrekkende van een tromboferese; het concentraat bevat meerdere eenheden van dezelfde donor.
- Indicaties:
- De beslissing om bloedplaatjes te transfuseren mag niet enkel op basisb van een telling dat een tekort aan bloedplaatjes weergeeft genomen worden.
- De sterke aanwezigheid van een trombocytopenie met een klinisch hemorragine toegeschreven aan een tekort aan bloedplaatjes, kan beschouwd worden als een imperatieve indicatie.
- In alle andere gevallen is de transfusie van bloedplaatjes min of meer relatief en hangt af van de klinische staat van de patiënt.
Image réalisée


